Het is niet toegestaan om teksten te kopiëren zonder de bron te vermelden
   www.de-vrouwe.info 

voor het gebruik van afbeeldingen is schriftelijke toestemming vereist.

Hier gaat u naar de officiële website van de Stichting Vrouwe van alle Volkeren.


Afdrukken E-mailadres

Appendix IV

Droom van 24 juni 1959 

Gisterennacht, 24 juni, had ik een heel eigenaardige droom. Het was namelijk zo. Ik was ergens, weet niet waar. Daar kwam ineens een dame op mij af en wilde mij interviewen. Ik stribbelde tegen, maar kwam er toch niet van af. Ik riep in mij zelf de Vrouwe aan en ineens ging ons gesprek als gesmeerd.

Wij kwamen op het laatste visioen van 31 mei 1959 en zij vroeg mij om een uitleg. En nu komt het, ik zei: “Daar weet ik geen raad mee.” Maar ineens was het alsof ik een ingeving kreeg en ik begon te vertellen aan die dame: “Is het niet merkwaardig”, zei ik, “het visioen slaat volgens mijn bescheiden mening op het gebed. Het is in beeld weergegeven als afscheid.”
Maar toen vroeg zij om een uitleg. Ik zei weer: “Kijk, Heer Jezus Christus (eerste beeld van de Gestalte), Zoon van de Vader (steeds die gedachte: en toch zijn het er twee), zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren (uit hun midden kwam een duif met onnoemelijk licht en ging pijlsnel naar beneden, naar de aarde en volkeren). Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, enz. (toen zag ik weer de Vrouwe in al haar glorie, hemels gekroond, enz. en niet meer de Vrouwe zoals ik haar als Maria zag in de kerk, thuis, enz.)”

Deze droom wilde ik ‘s morgens aan mijn huisgenoten vertellen, maar ik kon het niet meer navertellen. Ik zei: “Ik heb toch zo’n eigenaardige droom gehad, maar ik weet de uitleg die ik moest geven niet meer na te vertellen.”

Laat ik nu deze nacht, 25 juni 1959, heel duidelijk weer de uitleg krijgen. Niet meer in verband met dat interview. Het leek alsof ik wakker was, maar toch was ik het niet, want deze nacht heb ik voor het eerst goed geslapen.
Er was in deze droom nog iets eigenaardigs. De dame, die in mijn droom op mij afkwam, was eerst een gewone dame. Zij vroeg mij om een uitleg van de boodschap van 31 mei 1959. Ik stribbelde tegen, want ik wist nooit een uitleg aan de boodschappen te geven. Dan keek die dame mij aan en alsof ik plotseling een ingeving kreeg, begon ik te vertellen. Maar op dat moment zag ik ineens in die dame de Vrouwe in menselijke gestalte.


Bron: De Boodschappen van de Vrouwe van alle Volkeren,
herziene uitgave, Amsterdam 2002