Het is niet toegestaan om teksten te kopiëren zonder de bron te vermelden
   www.de-vrouwe.info 

voor het gebruik van afbeeldingen is schriftelijke toestemming vereist.

Hier gaat u naar de officiële website van de Stichting Vrouwe van alle Volkeren.


Afdrukken E-mailadres

DE EERSTE VERSCHIJNING VAN DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN

ida6-1De Tweede Wereldoorlog is nog niet ten einde wanneer op 25 maart 1945 de grote Mariaverschijningen van Amsterdam beginnen. De Kerk viert op deze dag het feest van Maria Boodschap, de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid: God neemt in Jezus de menselijke natuur aan, om ons van zonde en dood te bevrijden.


In stilte en in het verborgene begint het verlossingswerk in de genadevolle schoot van de Onbevlekte Maagd, in haar die eenmaal Medeverlosseres genoemd zal worden. Het is zeker geen toeval dat Maria juist deze feestdag uitkoos om zich als ‘De Vrouwe’ en ‘Moeder’ te openbaren, want de boodschappen van Amsterdam zijn in de heilsgeschiedenis van universeel belang voor Kerk en wereld.

Ida zelf vertelt over dit gebeuren:
“Het was 25 maart 1945, het feest van Maria Boodschap. Mijn zusjes en ik zaten in de kamer met elkaar te praten. We zaten rond de potkachel. Het was oorlogstijd en het was hongerwinter. Pater Frehe was die dag in de stad en kwam ons even bezoeken. 

Je weet dan wel hoe dat gaat: dan wordt er gesproken over de oorlog en wat we hadden beleefd. Er waren die week weer razzia’s geweest en zo, dus we hadden heel wat te vertellen. We zaten dus druk te praten toen ik daar ineens, ik weet nog niet hoe dat kwam, werd getrokken naar de andere kamer. Ik keek en zag daar ineens een licht komen. Ik dacht: waar komt dat licht vandaan en wat een typisch licht is dat. Ik stond op en moest ernaartoe lopen.

Daar zag ik in de hoek van de kamer het licht komen. De muur verdween voor mijn ogen en alles wat er stond was er niet meer. Het was één zee van licht en een ijle diepte. Het was geen zonnelicht en geen elektrisch licht. Wat het voor een soort licht was, kan ik niet uitleggen. Maar het was een ijle diepte. En uit die diepte zag ik ineens een gedaante naar voren komen, een levende gedaante, een vrouwelijke figuur, anders kan ik het niet uitleggen.

Zij had een wit kleed aan en een gordel om. Zij stond met haar armen naar beneden en met de handpalmen naar buiten, naar mij toe gekeerd.
Terwijl ik keek, kreeg ik zoiets eigenaardigs over mij. Ik dacht: wat is dat? En nog begrijp ik niet hoe ik het heb durven denken; ik dacht: dat moet de Heilige Maagd zijn, dat kan niet anders. Intussen hoorde ik mijn zusjes en pater Frehe zeggen: ‘Wat ga je nu doen?’ en: ‘Wat doe jij daar?’ Maar ik kon geen antwoord geven omdat ik zo getrokken werd naar die Figuur.
Toen begon ineens die Figuur tegen mij te spreken. Zij zei: ‘Zeg mij na.’ Ik begon haar dus – zij sprak heel langzaam – woord voor woord na te zeggen.

Mijn zusjes en pater Frehe waren om mij heen komen staan. Ik hoorde pater Frehe zeggen: ‘Wat gaat ze nu doen, gaat ze nog heilig worden ook!’. Maar toen hij hoorde dat ik begon te spreken, zei hij tegen mijn zus Truus: ‘Schrijf eens op wat ze zegt.’ Mijn zus had er geen zin in en vond het maar gek. Maar pater Frehe zei: ‘Schrijf op.’
Nadat ik een paar zinnen had nagezegd, hoorde ik pater Frehe zeggen: ‘Zeg, vraag eens wie dat is.’ En toen zei ik: ‘Bent u Maria?’ De Gestalte glimlachte en antwoordde: ‘Zij zullen mij “De Vrouwe” noemen, “Moeder”.’ Bij de woorden ‘De Vrouwe’ kwam zij een beetje met haar hoofd naar mij toe. Ik zei haar dus na: ‘Zij zullen mij “De Vrouwe” noemen, “Moeder”.’
Toen hoorde ik pater Frehe zeggen: ‘De Vrouwe? Nou, daar heb ik nog nooit van gehoord. De Vrouwe?’ En hij en mijn zusje, die alles opschreef, begonnen daarop vreselijk te lachen. Dat irriteerde mij inwendig wel een beetje. Ik dacht: als jullie nu eens zagen wat ik zie, dan zouden jullie niet zo lachen. Maar ja, dat kon je ze niet kwalijk nemen, want ze konden niet zien wat ik op dat moment zag.
Nadat die Gestalte alles had voorgezegd, ging zij heel langzaam weer weg. Pas daarna ging ook het licht weg en zag ik ineens alles rondom mij in de kamer zoals het altijd was geweest.
Pater Frehe begon natuurlijk te vragen: ‘Wat was dat nu eigenlijk?’ Ik zei hem: ‘Ja, dat weet ik zelf ook niet hoor, ik denk dat het Maria was.’ ‘Nou’, zei hij, maar verder gaf hij geen commentaar.”
(Deze beschrijving van de gebeurtenis door de zieneres zelf is door pater Brouwer, † 27.10.2008,  van de orde der assumptionisten op de band opgenomen.)

 

ida6-2


Deze foto, die in de jaren vijftig
bij Ida thuis werd genomen,
laat zien hoe onopvallend de omgeving was
waarin deze uiterst belangrijke boodschappen
werden gegeven.

Tijdens deze eerste verschijning van de Vrouwe wordt er een kruis voor Ida neergelegd. “Ik neem het heel langzaam op en het is zwaar.”
Met dit zware kruis neemt Ida haar roeping aan om draagster van de Boodschappen van Amsterdam te zijn en deze over te brengen.


Uit de biografie:
Ida Peerdeman - De Zieneres van Amsterdam
van P. Paul Maria Sigl, 2005

 
 
  • Deutsch (DE-CH-AT)
  • Italian - Italy
  • Nederlands - nl-NL
  • Español(Spanish Formal International)
  • French (Fr)
  • English (United Kingdom)