Het is niet toegestaan om teksten te kopiëren zonder de bron te vermelden
   www.de-vrouwe.info 

voor het gebruik van afbeeldingen is schriftelijke toestemming vereist.

Hier gaat u naar de officiële website van de Stichting Vrouwe van alle Volkeren.


Afdrukken E-mailadres

AMSTERDAM, DE VOORTZETTING VAN DE RUE DU BAC

De weg die de Onbevlekte Maagd in de Rue du Bac was begonnen, zet zij als de Vrouwe van alle Volkeren in Amsterdam voort. We kunnen gerust zeggen dat God de reis van de ‘Amsterdamse beeltenis’ naar Frankrijk (1) heeft benut om de diepe samenhang te tonen tussen Parijs, het genadeoord uit het begin van het mariale tijdperk en Amsterdam, het genadeoord van het hoogtepunt en de voltooiing van het mariale tijdperk. Om de opvallende overeenstemmingen tussen de beide verschijningen uiteen te zetten, zullen wij in hoofdlijnen een studie van het Comité Vrouwe van alle Volkeren uit 1973 volgen.

rue_du_bac* Terstond aan het begin kan worden vastgesteld dat zowel in Frankrijk als in Nederland de wonderbaarlijke gebeurtenissen in de hoofdstad plaatsvinden.

* In beide gevallen zijn degenen die de boodschappen van de Maria ontvangen eenvoudige, oprechte vrouwen, die al jong hun moeder verloren hebben en reeds door talrijke bovennatuurlijke belevenissen op hun eigenlijke roeping werden voorbereid.

* Aan de zieneressen wordt door Maria een gebed geopenbaard dat verbonden is met een beeltenis, en zij krijgen de opdracht beide door te geven. Catherine Labouré hoort uit de mond van de Moeder Gods de tot dan toe onbekende aanroeping: “O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die tot U onze toevlucht nemen.” In Amsterdam bidt de Vrouwe van alle Volkeren plechtig het GEBED voor dat van cruciaal belang is, waarbij de ongebruikelijke formulering ‘die eens Maria was’ aanvankelijk grote verbazing wekt.

* Ook hebben beide zieneressen het aan hen geopenbaarde gebed niet slechts gehoord, maar zien ze het als het ware geschreven staan. Catherine Labouré ziet in het visioen de hele tekst van het gebed met de nieuwe TITEL ‘DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS’ in een halve cirkel van de rechterhand van Maria over haar hoofd naar de linkerhand. In Amsterdam vertelt Ida op 11 februari 1951 dat zij het gebed in grote letters voor zich zag. In een visioen ziet zij de nieuwe TITEL ‘DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN’ in een lichte halve cirkel om het hoofd van Maria.

* Hoe belangrijk Maria in beide gevallen de exacte weergave van haar beeld acht, wordt duidelijk door het feit dat zij in de Rue du Bac drie keer en in Amsterdam zelfs zes keer verschijnt om daarover nauwkeurige aanwijzingen te geven. Zowel op de Wonderdadige Medaille als op de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren staat Maria als de met de zon beklede Vrouw op de aardbol. Ze houdt haar armen uitgespreid. Zuster Catherine ziet dat van de ringen aan Maria’s handen lichte stralen uitgaan en zij hoort een stem die haar uitlegt: “Deze stralen zijn het symbool van de genaden die Maria voor de mensen heeft verkregen.” In Amsterdam betekenen de drie stralen die uit de verheerlijkte wonden in de handen stromen, Genade van de Vader, Verlossing van de Zoon en Vrede van de Heilige Geest.

gebetsbild* De verschijningen in de Rue du Bac zijn enerzijds voor Frankrijk bestemd en anderzijds voor de hele wereld. Maria legt daarop duidelijk de nadruk, door onder andere te zeggen: “Deze bol die je ziet, stelt de hele wereld voor, in het bijzonder Frankrijk en eenieder afzonderlijk.” Hetzelfde geldt voor Amsterdam, waar de Vrouwe steeds opnieuw benadrukt dat zij - vanuit Nederland - naar alle volkeren van de hele wereld wil worden gebracht.

* Beide landen, Frankrijk en Nederland, staan zonder het te merken aan de afgrond als Maria verschijnt. Zij komt om te helpen en de uitweg te tonen.

* Maria beschrijft in beide genadeoorden heel duidelijk de ernst van de tijd, zowel in religieus als politiek opzicht.
In Parijs zegt zij: “De tijden zijn ernstig.” “Er nadert onheil over Frankrijk.” “De hele wereld zal door allerlei onheil in verwarring geraken.”
In Amsterdam waarschuwt de Vrouwe op soortgelijke wijze: “Dit tijdperk heeft de wereld in de eeuwen nog niet doorgemaakt, zo'n verval van geloof.” (28-3-1951) “De hele wereld zal zichzelf vernietigen…” (19-11-1949)


* In beide boodschappen wordt op de verachting van het kruis gewezen. Zuster Catherine verneemt: “Mijn kind, het kruis zal veracht worden, men zal het op de grond gooien.” En ook in de boodschappen van Amsterdam is van iets dergelijks sprake: “Nu zie ik ineens het kruis … midden in die wereld geplant. Eromheen staan allerlei soorten mensen, maar met afgewend hoofd.” (29-3-1946) “Het is een zware geestelijke strijd … Dat kruis willen ze veranderen in andere kruisen.” (3-1-1946) “Zij wijst naar het kruis en zegt: ‘De hele wereld zal toch daarnaar terug moeten, van groot tot klein, van arm tot rijk, maar het zal moeite geven’.” (7-10-1945) “Laat toch allen weer terugkomen tot het kruis, dan alleen kan er vrede en rust zijn.” (11-2-1951)

* Wij weten dat paus Pius IX in 1854 plechtig het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis heeft afgekondigd. Maar reeds vierentwintig jaar daarvoor verschijnt de ‘Onbevlekte Ontvangenis’ aan de eenvoudige novice Catherine en laat de gelovigen bidden tot de Onbevlekte Ontvangenis: “O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die tot U onze toevlucht nemen.”
Ook in Amsterdam wil Maria, dat de gelovigen reeds nu tot de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster bidden. Net als in Parijs gaan haar gebed en haar beeltenis vooraf aan een dogma, het voornaamste en “laatste dogma in de mariale geschiedenis” (15-11-1951), dat eenmaal plechtig zal worden afgekondigd, zoals Maria het in de boodschappen belooft: “Dit dogma zal veel omstreden worden doch doorgevoerd.” (31-5-1951)

* In Parijs blijft de ‘hemelse stem’ nog hoorbaar als de visioenen hebben opgehouden. “Mijn dochter, voortaan zult gij mij niet meer zien,” verklaart Maria tegenover zuster Catherine, “maar gij zult in uw gebeden mijn stem horen.”
Hetzelfde geldt voor Amsterdam waar de zieneres Ida na de boodschappen van Maria nog steeds de hemelse stem hoort in de zogenaamde ‘Eucharistische Belevenissen’.

* Een opvallende overeenkomst tussen de ONBEVLEKTE ONVANGENIS en DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN is ook het volgende: De eerste boodschap van Amsterdam valt op 25 maart 1945. Dat is niet slechts het feest van Maria Boodschap, maar ook de dag waarop ‘de mooie Dame’ zich in 1858 in Lourdes aan de zieneres Bernadette Soubirous voorstelde: “Que soy era Immaculada Councepciou.” (In het Frans-Pyrenese dialect van Bernadette: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.”)

SLUITSTEEN VAN DE MARIALE GEDACHTEN

“Wat hier begonnen is, zal door de Vrouwe van alle Volkeren worden voortgezet,” zei Maria in de Rue du Bac tegen Ida.
In overeenstemming met deze woorden van ‘de Vrouwe’ mogen we na bovenstaande overwegingen zeggen, dat de Rue du Bac met ‘de Onbevlekte Ontvangenis’ het schitterende begin, maar dat Amsterdam de bekroning of - zoals Maria daar zelf zegt - de “sluitsteen van de mariale gedachten” is (4-4-1954).
De Onbevlekte Ontvangenis van de Rue du Bac leidt ons een waarlijk mariaal tijdperk binnen en de Medeverlosseres, Middelares en universele Voorspreekster mag als “de Vrouwe komen bij haar apostelen en volkeren van heel de wereld, om hun de Heilige Geest weer en opnieuw te brengen.” (31-5-1954)

 

DE WONDERDADIGE MEDAILLE

De opvallende parallellen tussen de Rue du Bac en Amsterdam brengen ons ertoe de Wonderdadige Medaille, zoals Maria die wilde laten slaan, nog eens aandachtiger te bezien.
Bij beschouwing van de diepe zin van de afgebeelde symbolen kan men op deze medaille als het ware reeds de Medeverlosseres, Middelares van alle Genaden en Voorspreekster geanticipeerd zien.

medaille1DE VOORZIJDE
Middelares van Genaden – Voorspreekster

Op de voorzijde toont Maria zich als de VROUW die, zoals God het in het eerste boek van de H. Schrift zelf beloofd heeft, in vereniging met haar nakomeling Jezus de kop van de slang verplettert (vgl. Gen. 3,15).
De genaderijke Onbevlekte Ontvangenis schenkt met uitgespreide armen en stralende handen alles wat zij heeft. Aan iedere vinger draagt de Onbevlekte Ontvangenis diverse ringen, waarvan sommige wel en andere niet stralen. Een mooi detail van het gesprek van Catherine Labouré met Maria leert ons dat wij om de genaden ook moeten bidden. Want als zuster Catherine vraagt: “Waarom stralen sommige ringen niet?”, antwoordt Maria: “Dat zijn de genaden waarom gij vergeet mij te verzoeken!”
De voorzijde van de Wonderdadige Medaille laat Maria echter ook als Voorspreekster zien, want boven de gestalte van de Onbevlekte Ontvangenis staat het volgende smeekgebed geschreven:
“O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die tot U onze toevlucht nemen.”

medaille2DE ACHTERZIJDE
Medeverlosseres

Op de voorkant is Maria afgebeeld als de Vrouw die de slang verplettert, als Middelares van de Genade en als Voorspreekster. Op de achterkant van de medaille openbaart de Moeder Gods zich vervolgens geheel en al als de Medeverlosseres, en wel in de vorm van de vier krachtigste symbolen van de H. Schrift wat de medeverlossing betreft: het kruis, de M van Maria, twee doorboorde harten en de twaalf sterren van de Vrouw uit de Apocalyps.

Het KRUIS drukt volledig het algehele mysterie van de verlossing uit.

De M staat voor Maria en haar universele roeping en is zo innig met het kruis verbonden, dat beide onmogelijk van elkaar gescheiden kunnen worden. Dat betekent: Jezus en de Medeverlosseres zijn ten diepste met elkaar verbonden in dezelfde liefde, in hetzelfde lijden en met het zelfde doel van de verlossing.

De BEIDE GEWONDE HARTEN, met doornen omwonden en door het zwaard doorboord, zijn het mooiste symbool van de verlossende liefde. Het hart van Jezus en het hart van Maria zijn vlak naast elkaar afgebeeld - twee harten in dezelfde goddelijke liefde onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Op de vraag van zuster Catherine of op de achterkant van de medaille ook een tekst moest komen te staan, antwoordde Maria: “De M en de beide harten zeggen genoeg.”

De TWAALF STERREN op de medaille drukken de universele roeping van Maria als de Moeder van alle mensen uit. De krans van twaalf sterren doet ons meteen denken aan de met de zon beklede en met sterren gekroonde vrouw uit de Apocalyps, die het uitroept van de pijn. Zij lijdt als Medeverlosseres voor de hele wereld en schepping barensweeën, opdat aldus in alle mensen Christus geboren worde.

In de Rue du Bac duidt Maria dus reeds op de beide zijden van de ene medaille de drie mariale titels aan:
Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.
In Amsterdam openbaart zij zich vervolgens direct als Medeverlosseres, als Middelares van alle Genaden en als Voorspreekster door middel van één enkele afbeelding waarover zij tot de volkeren zegt: “Zij is de betekenis en uitbeelding van het nieuwe dogma.” (8-12-1952)


DE INVLOED VAN DE MEDAILLE VAN PARIJS EN VAN DE BEELTENIS VAN AMSTERDAM

In 1832 werden de eerste 2000 medailles geslagen, precies in de maanden waarin in Frankrijk de cholera woedde. Alleen al in Parijs waren er 20.000 doden te betreuren. De Zusters van Barmhartigheid deelden in hun hospitalen de Mariamedaille aan de zieken uit. Er vonden talrijke wonderbaarlijke genezingen plaats – zoveel zelfs dat de medaille van de Onbevlekte Ontvangenis tot op de dag van vandaag de bijnaam ‘Wonderdadige Medaille’ heeft. Drie jaar later waren er al een miljoen medailles verspreid. “Bij de dood van Catherine Labouré in 1876 waren het er al een miljard.”
Wat God in de hele wereld door de Wonderdadige Medaille bewerkstelligde, wil Hij op nog grootsere wijze door de wereldwijde verspreiding van het gebed en de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren vanuit Amsterdam bereiken.
Het grote wonder dat hier wordt beloofd is de Heilige Geest zelf, die over de hele wereld moet neerdalen.
Degenen die een zichtbaar wonder verwachten, roept de Vrouwe van alle Volkeren op om met een grote actie voor de Zoon, het kruis en de Voorspreekster te beginnen: “Ga met een groot vuur vol ijver beginnen aan dit verlossings- en vredeswerk en gij zult het WONDER aanschouwen.” (1-4-1951)

 



Uit: P. Paul Maria Sigl, 
Die Frau aller Völker 'Miterlöserin Mittlerin Fürsprecherin'
Amsterdam - Rome, 25 maart 1998




1 DE BEELTENIS IN FRANKRIJK

God maakte gebruik van bepaalde omstandigheden om de beeltenis enige tijd naar Frankrijk te doen komen. De Nederlandse priester pater Crijns, die als lid van de ‘Militia Christi’ in Frankrijk werkzaam was, had vernomen dat de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren niet langer in het openbaar in de Thomaskerk was opgesteld. Daarom vroeg hij aan de zieneres en haar geestelijk leidsman toestemming om deze naar zijn Franse parochie te mogen brengen.

Men stemde hiermee in en aldus kwam de beeltenis op 25 mei 1966 naar Ville d’Avray in de buurt van Parijs. Daar werd nog diezelfde dag het gebed voor de eerste keer in diverse talen voor de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren gebeden, waarbij ook de zieneres aanwezig was, evenals bij de avondmis.
Enkele dagen later, op 31 mei, toen ze ter communie ging, zag zij het haar bekende licht en hoorde ze innerlijk de stem zeggen: “Het is goed zo.” Met deze woorden gaf Maria te kennen dat zij ermee instemde dat de beeltenis naar Frankrijk was gekomen, in een kerk die aan de H. Nicolaas is toegewijd, de heilige die ook de schutspatroon van Amsterdam is.

Al op 19 juni 1966 kwam de eerste Nederlandse pelgrimsgroep naar ‘haar’ beeltenis in Parijs. De zieneres was wederom aanwezig en bezocht de volgende dag ook de Mariakapel in de Rue du Bac, waar in 1830 het grote tijdperk van de Mariaverschijningen was begonnen, toen de Moeder Gods aan Catherine Labouré de Wonderdadige Medaille had geopenbaard.
We laten Ida zelf aan het woord: “Toen ik de kapel van Rue du Bac, in Parijs, binnenging, kwam er een vreemde ontroering over mij, die ik nog nimmer gevoeld heb als ik een kerk binnenkwam. Ik wist niet wat dat was, zo diep kwam ik onder de indruk. We hebben daar een H. Mis bijgewoond en nadat ik de heilige communie had ontvangen en terug was op mijn plaats, begon ineens weer de heilige Hostie te leven in mijn mond en hoorde ik de Stem van de Vrouwe heel duidelijk zeggen: ‘Ziet gij nú de weg die ik gewild heb? En daarom heb ik gezegd: het is goed zo.’

Allen waren ontroerd toen de zieneres bij het verlaten van de kapel vertelde wat zij had beleefd. Zij keerden terug naar de St.-Nicolaaskerk en dankten voor de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren met gebed en bloemen voor deze bekrachtiging.

Drie jaar later, op 31 mei 1969, was Ida opnieuw in Parijs. Zij geeft de volgende beschrijving: “In de kerk van de Rue du Bac, tijdens het communiceren, zag ik weer het Licht en kreeg een heel sterk gevoel over mij dat de Heer heel duidelijk aanwezig was. Ik kreeg sterk de volgende woorden in mij, ze werden echter niet uitgesproken:
 ‘Wat hier begonnen is, zal door de Vrouwe van alle Volkeren worden voortgezet.’

Het was zeker goddelijke voorzienigheid dat onze Heilige Vader, paus Johannes Paulus II, de kapel van de Rue du Bac precies op een 31ste mei bezocht. Dat is immers de dag die de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster heeft uitgezocht voor haar bekroning.
 

  pdf-bestand van dit artikel


Uit: P. Paul Maria Sigl, 
Die Frau aller Völker 'Miterlöserin Mittlerin Fürsprecherin'
Amsterdam - Rome, 25 maart 1998

 
 
  • Deutsch (DE-CH-AT)
  • Italian - Italy
  • Nederlands - nl-NL
  • Español(Spanish Formal International)
  • French (Fr)
  • English (United Kingdom)