|
|
IDA EN DE BOODSCHAPPEN“Gij zijt het werktuig. De Vrouwe zorgt voor alles.”Ida werd tijdens haar kinderjaren en jeugd op haar uitzonderlijke roeping voorbereid. Maar zoals bij alle zieneres, wordt deze zware, verantwoordelijke taak haar, een eenvoudige 40-jarige kantoormedewerkster, volslagen onverwacht toegemeten. Gedurende meer dan veertien jaar, tot 31 mei 1959, zal zij zesenvijftig boodschappen van Maria ontvangen. In tegenstelling tot vele andere verschijningsoorden vindt in Amsterdam alles in stilte en in het verborgene plaats. “In alle rust ben ik gekomen”, zegt de Vrouwe op 31 mei 1958. De meeste boodschappen ontvangt Ida thuis. Haar zuster Truus, die onderwijzeres is, schrijft woord voor woord op wat Ida de Vrouwe naspreekt. Dat is goed mogelijk omdat de Vrouwe langzaam spreekt en vaak lange pauzes maakt voordat zij de zieneres een nieuw beeld laat zien of haar een nieuwe gedachte geeft. Waar nodig, vult Ida wat ze heeft beleefd naderhand aan met persoonlijk commentaar. Vooral in de eerste jaren zijn de boodschappen vaak versluierd, apocalyptisch en symbolisch van aard. Net als de grote profeten van het Oude Testament behoort de zieneres tot de eenvoudige mensen zonder theologische scholing en ze begrijpt vaak nauwelijks iets van wat ze schouwt. Woorden als ‘Parakleet’, ‘meteoren’, of ‘Roeach’ zijn haar volledig onbekend en ze heeft vaak grote moeite om in woorden weer te geven wat ze in visioenen over onbekende gebeurtenissen ziet. |













