|
|
Appendix IVDroom van 24 juni 1959 Gisterennacht, 24 juni, had ik een heel eigenaardige droom. Het was namelijk zo. Ik was ergens, weet niet waar. Daar kwam ineens een dame op mij af en wilde mij interviewen. Ik stribbelde tegen, maar kwam er toch niet van af. Ik riep in mij zelf de Vrouwe aan en ineens ging ons gesprek als gesmeerd. Wij kwamen op het laatste visioen van 31 mei 1959 en zij vroeg mij om een uitleg. En nu komt het, ik zei: “Daar weet ik geen raad mee.” Maar ineens was het alsof ik een ingeving kreeg en ik begon te vertellen aan die dame: “Is het niet merkwaardig”, zei ik, “het visioen slaat volgens mijn bescheiden mening op het gebed. Het is in beeld weergegeven als afscheid.” Deze droom wilde ik ‘s morgens aan mijn huisgenoten vertellen, maar ik kon het niet meer navertellen. Ik zei: “Ik heb toch zo’n eigenaardige droom gehad, maar ik weet de uitleg die ik moest geven niet meer na te vertellen.” Laat ik nu deze nacht, 25 juni 1959, heel duidelijk weer de uitleg krijgen. Niet meer in verband met dat interview. Het leek alsof ik wakker was, maar toch was ik het niet, want deze nacht heb ik voor het eerst goed geslapen.
|













